Uitspraak
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2011 te [geboorteplaats] Syrië;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2015 te [geboorteplaats] Syrië.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 20 maart 2025 een verzoek tot voorlopige voorzieningen in een echtscheidingsprocedure tussen de vrouw en de man, ouders van twee minderjarige kinderen geboren in Syrië. De vrouw verzocht om toewijzing van de zorg voor de kinderen aan haar en om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen, met onmiddellijke ontruiming door de man.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de vrouw dat de spanningen in de thuissituatie hoog zijn opgelopen sinds haar scheidingswens, met verbale agressie van de man richting de kinderen, wat hun welzijn en schoolprestaties negatief beïnvloedt. De man ontkende agressief gedrag en gaf aan geen alternatieve woonruimte te hebben en de woning niet te willen verlaten omdat deze op zijn naam staat. De Raad voor de Kinderbescherming constateerde merkbare spanningen en een loyaliteitsconflict bij de kinderen.
De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de minderjarigen is dat zij aan de vrouw worden toevertrouwd, gezien haar rol in de dagelijkse zorg en het taalprobleem van de man. Ook werd geoordeeld dat het belang van de vrouw bij het uitsluitend gebruik van de woning zwaarder weegt dan dat van de man, mede vanwege de spanningen die de kinderen negatief beïnvloeden. De man kreeg een termijn van 14 dagen om de woning te verlaten.
De rechtbank benadrukte het belang van passende hulpverlening voor partijen en kinderen en adviseerde de man contact te zoeken met een advocaat om de mogelijkheden daartoe te bespreken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: De vrouw krijgt de voorlopige toevertrouwing van de minderjarigen en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, met de verplichting voor de man de woning binnen 14 dagen te verlaten.