Uitspraak
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2009 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2013 te [geboorteplaats] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak verzochten beide partijen, de vrouw en de man, exclusief gebruik van de echtelijke woning in Middelburg, waarbij elk de ander zou moeten verlaten. De rechtbank behandelde het verzoek op 6 maart 2025 en betrok ook de Raad voor de Kinderbescherming voor advies.
De rechtbank oordeelde dat zij rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is. Gezien het belang van de minderjarige kinderen, die al geruime tijd bij de vrouw opgroeien en door haar worden verzorgd, besloot de rechtbank hen aan de vrouw toe te vertrouwen. Na een schorsing bereikten partijen een overeenkomst over het gebruik van de woning en het vakantiehuis op het erf, waarbij de man vanaf 26 maart 2025 in het vakantiehuis mag verblijven met strikte afspraken over het vermijden van contact met de vrouw en één van de kinderen.
De rechtbank benadrukte dat deze regeling een noodoplossing is zolang partijen geen alternatieve woonruimte hebben en dat het in het belang van de kinderen is dat de vrouw zo spoedig mogelijk een nieuwe woning vindt. Omdat partijen hun verzoeken tot exclusief gebruik introkken, wees de rechtbank deze af en legde de gemaakte afspraken vast in de beschikking.
Uitkomst: De verzoeken tot exclusief gebruik van de woning worden afgewezen en de minderjarigen worden aan de vrouw toevertrouwd met vastgelegde afspraken over het gebruik van het vakantiehuis door de man.