Belanghebbende was in 2019 werkzaam als senior belastingadviseur en meldde zich ziek. De werkgever stopzette de loonbetaling vanaf mei 2019 wegens niet-naleving re-integratieverplichtingen. Belanghebbende vorderde betaling van het niet uitbetaalde loon van €16.320, maar deed afstand van deze vordering in een vaststellingsovereenkomst met de werkgever, die op haar beurt een schadevergoeding eiste.
De inspecteur legde de aanslag IB/PVV 2019 vast op basis van door de werkgever gerenseigneerde loongegevens en accepteerde de aftrek van het niet uitbetaalde loon niet. Belanghebbende betoogde dat dit loon als negatief loon, betaalde schadevergoeding of specifieke zorgkosten aftrekbaar zou zijn, en dat kosten van een creditcardkrediet als negatief loon moesten worden gezien.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht is uitgegaan van de gerenseigneerde gegevens, dat de vaststellingsovereenkomst geen erkenning van loonvorderingen inhoudt, en dat creditcardkosten geen negatief loon vormen. Ook voldoet het niet betaalde loon niet aan de definitie van specifieke zorgkosten. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.