ECLI:NL:RBZWB:2025:1738

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 maart 2025
Publicatiedatum
27 maart 2025
Zaaknummer
C/02/432950 / FA RK 25-1296
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Dun
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning opvolgende zorgmachtiging Wvggz voor betrokkene met schizofrenie en verstandelijke beperking

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 maart 2025 een opvolgende zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1957, voor de duur van twee jaren. Het verzoek kwam van de officier van justitie en betrof verplichte zorg op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Betrokkene lijdt aan schizofrenie en een verstandelijke beperking, met een geschiedenis van psychische decompensatie en ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De behandelaren stelden dat betrokkene medicatie in depotvorm nodig heeft vanwege onvoldoende therapietrouw bij tabletmedicatie en het ontbreken van ziekte-inzicht. Betrokkene ervaart lijdensdruk en weigert medicatie en zorg, wat leidt tot verslechtering van haar toestand.

De rechtbank concludeerde dat vrijwillige zorg ontoereikend is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De machtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles en verplichte contacten met het ambulante behandelteam. Beperkingen op het gebruik van communicatiemiddelen werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.

De machtiging geldt tot en met 21 maart 2027 en is evenredig en naar verwachting effectief. De rechtbank weegt de belangen van betrokkene en de veiligheid van haar omgeving zorgvuldig af en wijst het verzoek toe. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende zorgmachtiging voor twee jaren met verplichte medicatie en ambulante zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/432950 / FA RK 25-1296
Datum uitspraak: 21 maart 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1],
advocaat mr. J.J. van 't Hoff te Tilburg.
De rechtbank merkt in deze zaak als belanghebbende aan:
[de curator] B.V., kantoorhoudende te [plaats 2], als curator over betrokkene, hierna te noemen: de curator.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 maart 2025;
- het op 18 maart 2025 ingekomen e-mailbericht van de curator.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 maart 2025 in het gebouw van [de accommodatie] waar betrokkene verblijft. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [naam 1], casemanager f-act team;
  • mevrouw [naam 2], casemanager f-act team;
  • mevrouw [naam 3], begeleider bij [de accommodatie].
1.3.
De curator is, met bericht van afmelding, niet verschenen.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging voor de duur van twee jaren te verlenen.

3.De standpunten

3.1.
De behandelaren hebben, samengevat, aangegeven dat betrokkene in 2015 voor het laatst psychisch is gedecompenseerd, maar als de dosering van de medicatie onder een bepaalde spiegel komt, dan worden er bij betrokkene nog steeds redelijk snel psychische klachten gezien. Medicatie in tabletvorm is voor betrokkene comfortabeler, maar zij neemt die medicatie niet altijd (trouw) in. Daarbij kunnen de behandelaren niet controleren of betrokkene de medicatie in tabletvorm daadwerkelijk inneemt. Depotmedicatie kan daarentegen wel met zekerheid worden toegediend. Daarom is, naar de mening van de behandelaren, enkel medicatie in depotvorm mogelijk. Een maand geleden heeft betrokkene een andere soort depotmedicatie gekregen die slechts eenmaal per drie maanden wordt toegediend. Hoewel het op dit moment nog te vroeg is om te concluderen hoe betrokkene hier precies op reageert, worden er tot nu toe geen andere effecten en bijwerkingen gezien vergeleken met de vorige depotmedicatie. Daarnaast hebben de behandelaren sinds een aantal maanden ook buiten de afspraken voor het toedienen van de depotmedicatie om contact met betrokkene. Dit zodat de behandelcontacten niet enkel in het teken staan van het toedienen van depotmedicatie. Deze contacten weigert betrokkene niet, maar zodra de medicatie ter sprake komt, dreigt het wel een moeilijk gesprek te worden. Gelet hierop achten de behandelaren, naast het toedienen van medicatie en de bijbehorende medische controles, ook het hebben van contact met het ambulante behandelteam als verplichte vorm van zorg noodzakelijk.
3.2.
De begeleider vanuit [de accommodatie] heeft, samengevat, aangegeven dat betrokkene al dertien jaren bij [de accommodatie] woont en dat zij graag zo natuurlijk als mogelijk wil leven. Zij weigert alles wat haar wordt toegediend. Niet alleen de medicatie, maar ook alle zorg vanuit de tandarts en de huisarts en zelfs het innemen van Vitamine D.
3.3.
Namens en door betrokkene is, samengevat, aangevoerd dat betrokkene tevreden is bij [de accommodatie], maar dat zij veel lijdensdruk ervaart vanwege de toediening als ook de bijwerkingen van de medicatie. Betrokkene wil absoluut geen medicatie krijgen. Ook vindt zij de contacten met het ambulante behandelteam niet nodig. Gelet hierop is namens betrokkene om afwijzing van het verzoek gepleit.
3.4.
De curator heeft in voormeld op 18 maart 2025 ingekomen e-mailbericht, samengevat, aangegeven dat wordt ingestemd met de verzochte zorgmachtiging voor betrokkene.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twee jaren. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene is namelijk al jarenlang bekend met een verstandelijke beperking en schizofrenie. Dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, is namens en door betrokkene ook niet betwist.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Door middel van medicatiegebruik, de ambulante zorg vanuit het f-act team en het beschermd wonen bij [de accommodatie], is het toestandsbeeld van betrokkene in de afgelopen jaren redelijk stabiel gebleven. Wanneer betrokkene haar medicatie niet (trouw) inneemt, wordt zij in toenemende mate psychotisch waarbij zij akoestische hallucinaties ervaart en zij paranoïde gedrag vertoont. Onder invloed daarvan kampt zij met achterdocht en houdt zij alle contacten met de behandelaren en de begeleiding vanuit het f-act team en [de accommodatie] af. Daarnaast is er in het verleden sprake geweest van ernstige vermagering, uitdroging en ontregeling van vitale somatische functies. In verband daarmee is betrokkene opgenomen geweest op de Medische Psychiatrische Unit (MPU) van het ziekenhuis en vervolgens op de afdeling High Intensive Care (HIC) in de accommodatie van de ggz. In het afgelopen jaar is gebleken dat de somatische toestand van betrokkene opnieuw wat is verslechterd, met name wat betreft de zelfzorg. Zij weigert om zich medisch te laten onderzoeken door de huisarts of de tandarts. Daarnaast is er een voortdurende strijd met betrekking tot het innemen van voldoende voeding en het (trouw) innemen van de medicatie.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is niet bereid om op vrijwillige basis haar medicatie (trouw) in te nemen, omdat zij veel lijdensdruk ervaart bij de toediening en vanwege de bijwerkingen daarvan. De verwachting bestaat dan ook dat betrokkene zonder verplichte zorg haar medicatie zal weigeren. Daarnaast beschikt betrokkene niet over ziekte-inzicht, waardoor het inzetten van hulpverlening op vrijwillige basis ontoereikend is voor het wegnemen dan wel het voorkomen van ernstig nadeel bij betrokkene.
4.6.
Daarom is verplichte zorg nodig. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
Hieronder valt onder meer het verplicht toelaten van de behandelcontacten met het f-act team.
De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de verplichte vorm van zorg die ziet op het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vorm van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zal zijn.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.8.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. Gebleken is dat de behandelaren, met het oog op de lijdensdruk die betrokkene ervaart bij de toediening van de depotmedicatie en vanwege de bijwerkingen daarvan, onlangs de soort depotmedicatie hebben gewijzigd naar een soort die eenmaal per drie maanden toegediend wordt. Medicatie in tabletvorm is geprobeerd, maar gebleken is dat betrokkene die medicatie onvoldoende (trouw) inneemt en de behandelaren dit onvoldoende kunnen controleren. De rechtbank verwacht van de behandelaren dat zij in ieder geval aandacht blijven houden voor de klachten en de lijdensdruk die betrokkene ervaart vanwege de medicatie.
4.9.
Gelet op het voorgaande wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een opvolgende zorgmachtiging voor betrokkene. De rechtbank zal, met het oog op het bepaalde in artikel 6:5, aanhef en onder c Wvggz, het verzoek toewijzen en een opvolgende zorgmachtiging voor betrokkene verlenen voor de (verzochte) duur van twee jaren, tot en met 21 maart 2027.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een opvolgende zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in rechtsoverweging 4.6. kunnen worden getroffen;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 21 maart 2027;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2025 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos, griffier en op schrift gesteld op 27 maart 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.