De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 21 maart 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een Borderline persoonlijkheidsstoornis, alcoholstoornis en angststoornis. Betrokkene heeft een geschiedenis van vrijwillige en gedwongen zorg, waarbij vrijwillige hulpverlening onvoldoende bleek om ernstig nadeel te voorkomen.
De regiebehandelaar en trajectregisseur stelden dat betrokkene onder invloed van emotionele schommelingen en overmatig alcoholgebruik regelmatig de controle verliest, wat leidt tot maatschappelijke teloorgang en lichamelijk letsel. Verplichte zorg is noodzakelijk om betrokkene te beschermen en haar verblijf in een zorgaccommodatie te waarborgen. Betrokkene erkent de noodzaak van verplichte zorg, maar verzet zich tegen cameratoezicht vanwege privacyoverwegingen.
De rechtbank oordeelde dat de zorgmachtiging voor zes maanden gerechtvaardigd is en wijst de gevraagde vormen van verplichte zorg toe, zoals bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. Het verzoek tot het uitoefenen van toezicht middels cameratoezicht werd afgewezen omdat dit niet noodzakelijk of voorzienbaar is, mede omdat betrokkene nog nooit een onttrekkingsdelier of epileptische aanval heeft gehad en cameratoezicht alleen in uitzonderlijke situaties zou worden ingezet.
De beschikking werd mondeling gegeven en op 27 maart 2025 schriftelijk bevestigd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.