Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
CCV Group B.V. vordert betaling van € 284,42 van gedaagde, bestaande uit servicekosten voor een mobiele pinautomaat over 2023, vermeerderd met rente en incassokosten. Gedaagde voert verweer dat hij zijn bedrijf per 1 oktober 2022 heeft verkocht en dat de nieuwe eigenaren de overeenkomst met CCV hebben overgenomen en later opgezegd.
CCV heeft geen repliek genomen ondanks de gelegenheid daartoe, waardoor zij haar stellingen onvoldoende heeft gehandhaafd. De rechtbank oordeelt dat de vordering daarom moet worden afgewezen.
De rechtbank veroordeelt CCV in de proceskosten van gedaagde, begroot op € 50,00 wegens reis-, verblijf- en verletkosten. Het vonnis is gewezen door rechter Swaanen en uitgesproken op 19 maart 2025.
Uitkomst: De vordering van CCV wordt afgewezen wegens onvoldoende handhaving van haar stellingen na betwisting door gedaagde.