ECLI:NL:RBZWB:2025:1756
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging Wmo-maatwerkvoorziening individuele begeleiding
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg om zijn maatwerkvoorziening individuele begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) met ingang van 30 oktober 2024 te beëindigen. Tevens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het besluit samenhangt met de ambtshalve uitschrijving van verzoeker uit de Basisregistratie Personen (BRP) per 30 oktober 2024. Verzoeker is inmiddels weer ingeschreven in de BRP en kan een nieuwe Wmo-aanvraag indienen. Hij heeft echter nog geen nieuwe aanvraag ingediend uit vrees voor een gat in de zorg en onzekerheid over de nieuwe toekenning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het ontbreken van een nieuwe aanvraag en de onzekerheid over de nieuwe beschikking geen spoedeisend belang opleveren. Ook de stelling dat verzoeker minder zorg ontvangt dan nodig en dat hij financieel in problemen komt, is onvoldoende onderbouwd. Gezien de geplande hoorzitting in bezwaar op korte termijn ziet de voorzieningenrechter geen reden om een voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek wordt daarom afgewezen als kennelijk ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de Wmo-maatwerkvoorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.