Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 18 maart 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
.Als gevolg van een beperkt energieniveau zijn er ook beperkingen ten aanzien van fysiek zware werkzaamheden. Hoewel de medische problemen invoelbaar zijn, heeft eiseres volgens de verzekeringsarts b&b op medische gronden arbeidsvermogen. Er is namelijk geen sprake van volledige arbeidsongeschiktheid (geen benutbare mogelijkheden) omdat zij niet behoort tot een van de categorieën genoemd in het Schattingsbesluit: er is geen opname, er is geen sprake van onvermogen tot persoonlijk en sociaal functioneren op alle niveaus als gevolg van een ernstige psychiatrische stoornis, er is geen sprake van niet ADL-zelfstandig zijn en er is geen aandoening met een op korte termijn infauste prognose. Eiseres wordt geacht met haar beperkingen een uur aaneengesloten te kunnen werken. Het concentratievermogen is niet dermate verstoord dat zij niet een uur met een (eenvoudige) taak bezig zou kunnen zijn. Er is verder geen aanleiding bij geheel passende arbeid onder de juiste omstandigheden een urenbeperking aan te geven van meer dan vier uur per dag (al dan niet verspreid over de dag). De indicatiegebieden genoemd in de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid (energetische beperkingen, beschikbaarheid, preventief) zijn hier niet in die mate aan de orde dat tenminste vier uur arbeid per dag niet mogelijk is, aldus de verzekeringsarts b&b.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiseres met ingang van 17 juni 2022 recht heeft op een Wajong-uitkering;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 50,00 aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.814,00 bedrag aan proceskosten aan eiseres.