ECLI:NL:RBZWB:2025:1767
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend wegens niet tijdig beslissen door UWV
Verzoekster diende op 10 december 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 16 november 2022 bij het UWV. Op 22 januari 2025 nam het UWV alsnog een beslissing, waarna verzoekster haar beroep introk. De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoekster om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen binnen de beroepsprocedure. Op grond hiervan was het UWV gehouden de proceskosten te vergoeden. De vergoeding werd berekend op € 453,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5, aangezien de zaak uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 371,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot het UWV moet wenden. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 28 maart 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens niet tijdig beslissen.