ECLI:NL:RBZWB:2025:1768
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen een besluit van 6 november 2023. Na een rechtsgeldige ingebrekestelling besloot het college alsnog op het bezwaar, waarna verzoeker zijn beroep introk.
De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoeker om het college te veroordelen in de proceskosten. Hoewel het college aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen, is verzoeker niet gerechtigd tot proceskostenvergoeding omdat hij geen beroepsmatige rechtsbijstand had en geen proceskosten aantoonde die voor vergoeding in aanmerking komen.
De rechtbank wees het verzoek daarom af als kennelijk ongegrond. Wel wees de rechtbank erop dat het college verplicht is het betaalde griffierecht van verzoeker te vergoeden. Verzoeker dient dit rechtstreeks bij het college te vorderen.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Snoeks en griffier S.E. van Noort op 28 maart 2025 en zonder zitting uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar het college moet het griffierecht vergoeden.