De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 maart 2025 een nadere beschikking gegeven over kinderalimentatie in een zaak tussen de vrouw en de man met betrekking tot hun twee minderjarige kinderen.
Na eerdere beschikkingen over zorgregeling en hoofdverblijf, waarbij het hoofdverblijf van de twee kinderen bij verschillende ouders werd vastgesteld, stond nog een definitieve beslissing over kinderalimentatie open. De vrouw verzocht om een bijdrage van de man voor de kosten van één kind, inclusief indexering.
De rechtbank hanteerde de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie voor het bepalen van de behoefte en draagkracht van partijen. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op €575 per maand en die van de man op €1.019 per maand. Met toepassing van een zorgkorting van 35% resulteerde dit in een vaststelling van kinderalimentatie voor één kind van €220 per maand te betalen door de man aan de vrouw vanaf 1 januari 2025.
De vrouw trok haar verzoek voor kinderalimentatie voor het tweede kind in, gezien het hoofdverblijf bij de man. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.