ECLI:NL:RBZWB:2025:1810
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inzagerecht op grond van de Wet Politiegegevens
Eiser heeft op grond van artikel 25 van Pro de Wet Politiegegevens (Wpg) een verzoek gedaan om inzage in zijn persoonsgegevens die zijn verwerkt in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. De minister van Financiën heeft dit verzoek toegewezen en inzage geboden in het onderzoeksdossier bij de FIOD.
Eiser betwistte de volledigheid van de inzage, omdat een selectie van documenten was gemaakt en sommige documenten geredigeerd waren. De rechtbank overwoog dat de minister volledige inzage heeft gegeven in de eigen persoonsgegevens van eiser, waarbij enkele passages van derden waren afgeschermd om privacy te waarborgen. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat belangrijke informatie was achtergehouden.
Verder oordeelde de rechtbank dat het recht op inzage zich beperkt tot eigen persoonsgegevens en niet tot de gehele documenten waarin deze zijn opgenomen. Ook was er geen wettelijke grondslag voor de stelling van eiser dat de persoonsgegevens zijn eigendom en dat het dossier vernietigd moet worden na overdracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat eventuele inzage in gegevens bij andere instanties of schadeclaims buiten deze procedure vallen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat volledige inzage in de persoonsgegevens is gegeven.