Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2020. De inspecteur wees de bezwaren af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de aanslag IB/PVV te hoog is omdat belanghebbende recht heeft op aftrekbare kosten in verband met het persoonsgebonden budget (pgb) voor de zorg van haar zoon. Hoewel belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor de hoogte van de kosten, acht de rechtbank een redelijke aftrek van € 2.178 aan reiskosten en ziekenvervoer aannemelijk. De aftrek van specifieke zorgkosten wordt afgewezen omdat belanghebbende niet aannemelijk maakte dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en niet zijn vergoed.
De aanslag Zvw blijft ongewijzigd omdat het bijdrage-inkomen boven het maximum blijft. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de IB/PVV aanslag en vermindert deze tot een belastbaar inkomen van € 70.150. Tevens wordt het griffierecht aan belanghebbende vergoed.