ECLI:NL:RBZWB:2025:1858
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op kinderbijslag wegens hoofdverblijf volgens ouderschapsplan en beschikking
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over het recht op kinderbijslag voor zijn zoon. De SVB had aanvankelijk kinderbijslag toegekend, maar verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk. De rechtbank had eerder het bezwaar vernietigd en de SVB opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarna de SVB het bezwaar alsnog ongegrond verklaarde.
De kern van het geschil betreft het hoofdverblijf van het kind en de gevolgen daarvan voor de kinderbijslag over het vierde kwartaal van 2022 en het eerste kwartaal van 2023. Hoewel het kind vanaf 5 september 2022 feitelijk bij eiser woonde, lag het hoofdverblijf volgens het ouderschapsplan bij de moeder, die daarom de kinderbijslag ontving.
De SVB hanteert beleidsregels dat bij een afwijking van zes maanden sprake is van een bestendige situatie en de kinderbijslag wordt aangepast. Op 24 januari 2023 is door de rechtbank een beschikking gegeven dat het hoofdverblijf bij de vader ligt, waardoor de SVB vanaf 1 april 2023 de kinderbijslag aan eiser toekende.
De rechtbank oordeelt dat de juridische werkelijkheid leidend is en dat de SVB terecht heeft gehandeld volgens de geldende regels. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep op kinderbijslag wordt ongegrond verklaard en de SVB heeft correct gehandeld volgens het ouderschapsplan en de beschikking.