Belanghebbende heeft een gebruikte Audi Q5 geïmporteerd en aangifte gedaan voor BPM op basis van een CO2-uitstoot van 154 g/km en een taxatierapport met een handelsinkoopwaarde van € 10.977. De inspecteur stelde een hogere CO2-uitstoot van 246 g/km vast en een hogere historische nieuwprijs, wat leidde tot een naheffingsaanslag van € 11.387.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur ten onrechte is uitgegaan van de hogere CO2-uitstoot van 246 g/km, omdat het overgelegde Duitse Certificaat van Overeenstemming een CO2-uitstoot van 162 g/km vermeldt en er geen bewijs is dat het CVO vervalst is. Daarnaast is de door belanghebbende gestelde waardevermindering door schade onvoldoende aannemelijk gemaakt, zodat de schadecorrectie van de inspecteur grotendeels standhoudt.
De naheffingsaanslag wordt daarom verminderd tot € 1.823. Tevens krijgt belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn van bijna 6 maanden, waarvan € 333 voor rekening van de inspecteur en € 167 voor de Staat. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van in totaal € 3.108.
De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en bevestigt dat belanghebbende ook in deze procedure de CO2-uitstoot kan aanvechten. De inspecteur is niet gebonden aan branchebeleid omtrent gebruiksschade. De rechtbank benadrukt het belang van een juiste vaststelling van CO2-uitstoot en waardebepaling bij BPM-heffing.