ECLI:NL:RBZWB:2025:187
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM terecht opgelegd ondanks termijnoverschrijding en schadegeschil
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €9.071 die de inspecteur had opgelegd naar aanleiding van de inschrijving van een gebruikte Audi Q8 in het Nederlandse kentekenregister.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. De inspecteur heeft het zorgvuldigheidsbeginsel niet geschonden door geen hertaxatie te laten uitvoeren. Het taxatierapport van belanghebbende geeft onvoldoende bewijs van de gestelde schade en waardevermindering, en de inspecteur is niet gebonden aan branchebeleid.
Belanghebbende heeft ook geen recht op extra leeftijdskorting omdat de vertraging in het verkrijgen van het fiscaal akkoord niet aan de inspecteur te wijten is. De rechtbank volgt de inspecteur in het toepassen van de forfaitaire tabel per 1 juli 2023, ondanks het betoog van belanghebbende.
Wel is de redelijke termijn voor bezwaar en beroep met ongeveer 9 maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €1.000 en een proceskostenvergoeding. De rechtbank veroordeelt de inspecteur en de Staat tot betaling van deze vergoedingen en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.