Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV over de hoogte van haar WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zeventien weken plus een verlenging van zes weken op dit bezwaar beslist. Nadat eiseres het UWV op 6 december 2024 in gebreke stelde, verstreken twee weken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en het belang van een zorgvuldige heroverweging, stelt de rechtbank een termijn van vier maanden na verzending van het vonnis vast.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 3 april 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.