Belanghebbende is belastingplichtig voor de omzetbelasting en diende de aangifte over het derde kwartaal van 2023 in op 19 oktober 2023. De verschuldigde omzetbelasting bedroeg € 78.329, die pas op 6 februari 2024 werd voldaan, terwijl de uiterste betaaldatum 31 oktober 2023 was.
De inspecteur legde gelijktijdig met de naheffingsaanslag een verzuimboete van € 2.349 op wegens het niet tijdig betalen van de belasting. Belanghebbende voerde aan dat de betalingslimiet bij de bank moest worden verhoogd, wat enige dagen duurde, en dat zij vervolgens was vergeten de betaling alsnog te verrichten. Tevens stelde zij dat de boete onredelijk hoog was gezien het eerste betalingsverzuim.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende voldoende gelegenheid had om tijdig te betalen en dat geen sprake is van afwezigheid van alle schuld of een pleitbaar standpunt. De verzuimboete is daarom terecht opgelegd en passend. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed.