ECLI:NL:RBZWB:2025:1892
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering kosten betekening dwangbevel na naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen de door de ontvanger van de Belastingdienst in rekening gebrachte kosten van €7.158 voor de betekening van een dwangbevel. De rechtbank beoordeelde het beroep na behandeling op zitting op 26 februari 2025.
De ontvanger had een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van €80.089, waarop een dwangbevel werd betekend met de genoemde kosten. Belanghebbende stelde dat de kosten te hoog waren omdat de naheffingsaanslag onterecht was en zij niet was gewezen op de mogelijkheid tot verzet tegen het dwangbevel. De rechtbank constateerde dat het dwangbevel duidelijk maakte dat verzet mogelijk was en dat belanghebbende hierover ook was geïnformeerd.
Vervolgens bleek uit een andere uitspraak van dezelfde rechtbank dat de naheffingsaanslag was verminderd tot €29.020 en de boete was vernietigd. Dit leidde tot een lagere grondslag voor de berekening van de kosten. De rechtbank berekende de kosten daarom opnieuw op basis van het lagere bedrag en stelde deze vast op €3.054.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en bepaalde dat de ontvanger het griffierecht van €371 aan belanghebbende moet vergoeden. Een vergoeding van overige proceskosten werd niet toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de kosten van betekening van het dwangbevel tot €3.054 en verklaart het beroep gegrond.