ECLI:NL:RBZWB:2025:1941

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 maart 2025
Publicatiedatum
4 april 2025
Zaaknummer
RK 24-030838
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding voor kosten rechtsbijstand na vrijspraak

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 maart 2025 een verzoek tot schadevergoeding ex artikel 530 Sv Pro behandeld van een verzoeker die op 12 september 2024 door de kantonrechter is vrijgesproken. Het verzoek betrof vergoeding van kosten rechtsbijstand en een forfaitaire vergoeding voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift.

Tijdens de zitting op 14 maart 2025 werden de officier van justitie en de advocaat van verzoeker gehoord. De advocaat lichtte toe dat de zaak complex was en dat verzoeker verstandelijk beperkt is, wat extra voorbereiding vereiste. De officier van justitie stelde voor de vergoeding van rechtsbijstand te matigen tot 4,48 uur vanwege gebrek aan onderbouwing.

De rechtbank oordeelde dat de kosten van rechtsbijstand billijk waren met inachtneming van de toelichting van de advocaat en wees het verzoek toe. De vergoeding bedraagt in totaal €3.137,46, bestaande uit €2.457,46 voor rechtsbijstand en €680,00 forfaitair voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift. Het bedrag wordt overgemaakt aan de gemachtigde advocaat.

Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding wordt toegewezen voor een totaalbedrag van €3.137,46.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 96-284673-22
raadkamernummer : 24-030838
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[de verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] ([land]),
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.S. Vriend, Lange Noordstraat 29, 4331 CB Middelburg,
hierna te noemen: de verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 12 december 2024 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 van Pro het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 2.457,46, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de kantonrechter van 12 september 2024 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 14 maart 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R. Jacobs en mr. L. Verheuvel als gemachtigd en waarnemend advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
De advocaat van verzoeker heeft aangevoerd dat de kantonzaak samenhing met een andere strafzaak tegen verzoeker. Het betrof een redelijk ingewikkelde kantonzaak, waarvan het dossier onvolledig bleek te zijn. Het zelfstandig onderzoek verrichten naar en aanvullen van een aantal stukken bleek noodzakelijk. Voorts wordt opgemerkt dat verzoeker verstandelijk beperkt is, reden waarom de voorbespreking van de zaak meer tijd in beslag heeft genomen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de kosten rechtsbijstand dienen te worden gematigd tot 4,48 uur, nu zowel het procesdossier als het verzoekschrift geen onderbouwing en aanknopingspunten bieden waarom een dusdanige tijdbesteding aan de zaak noodzakelijk was.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
De rechtbank is van oordeel dat de kosten van rechtsbijstand met de toelichting van de advocaat ter zitting billijk dienen te worden geoordeeld. De rechtbank zal het verzoek toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 3.137,46, bestaande uit:
- € 2.457,46 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 3.137,46zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Wouters & Wouters advocaten, onder vermelding van “[de verzoeker] 24-030838”.
Deze beslissing is op 28 maart 2025 genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis en I.B. Bruijnooge, griffiers, en is uitgesproken op de openbare zitting van 28 maart 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.