De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen bij hun vader. De minderjarigen zijn sinds maart 2024 onder toezicht gesteld en wonen bij hun vader met gezag. De gecertificeerde instelling (GI) handhaaft het verzoek tot verlenging vanwege het belang van de kinderen en het aanstaande Basic Trust traject.
Tijdens de mondelinge behandeling waren beide ouders aanwezig met hun advocaten, evenals vertegenwoordigers van de GI en de Raad. De vader stelt dat verlenging niet nodig is indien het hoofdverblijf bij hem wordt vastgesteld, terwijl de moeder instemt met verlenging. De Raad acht het wenselijk om de beslissing over het hoofdverblijf aan te houden in afwachting van het traject.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk blijft omdat de kinderen nog weerstand ervaren in het contact met de moeder, die onvoldoende erkenning toont voor deze gevoelens. De kinderen ontwikkelen zich goed bij de vader en ervaren daar rust. De machtiging wordt daarom verlengd van 30 januari 2025 tot 10 juni 2025 en uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit in de zorg te waarborgen.