ECLI:NL:RBZWB:2025:1969
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM terecht opgelegd ondanks geschil over taxatiewaarde
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €3.729 opgelegd door de inspecteur. De aanslag is gebaseerd op een forfaitaire tabel met een historische nieuwprijs en afschrijving, terwijl belanghebbende een lagere handelsinkoopwaarde stelde op basis van een taxatierapport.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet verplicht was tot een hertaxatie en dat het zorgvuldigheidsbeginsel niet is geschonden. Verder is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de auto schade had die tot waardevermindering leidt, noch is de handelsinkoopwaarde van belanghebbende voldoende onderbouwd. De naheffingsaanslag is daarom terecht.
Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep met circa 24 maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €2.000 en een proceskostenvergoeding. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de schadevergoeding en proceskosten worden toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.