ECLI:NL:RBZWB:2025:2002
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens te hoge toerekening loon voor werkzaamheden in Nederland
Belanghebbende, woonachtig in Tanzania en buitenlands belastingplichtig in Nederland, verrichtte in 2018 werkzaamheden in Nederland voor de Nederlandse stichting International. De inspecteur legde een navorderingsaanslag IB/PVV 2018 op met een belastbaar inkomen uit werk en woning van €43.493, gebaseerd op 7 Nederlandse werkdagen. Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen deze aanslag en de daarbij behorende belastingrente.
De rechtbank oordeelt dat het loon toerekenbaar aan in Nederland verrichte werkzaamheden inderdaad aan Nederlandse inkomstenbelasting is onderworpen op grond van artikel 7.2, tweede lid, letter b van de Wet IB, aangezien er geen belastingverdrag tussen Nederland en Tanzania van toepassing is. Wel stelt de rechtbank vast dat de inspecteur ten onrechte uitging van 7 werkdagen, terwijl belanghebbende slechts 6 dagen in Nederland heeft gewerkt.
Op basis van tijdsevenredige toerekening wordt het belastbaar loon voor de Nederlandse werkzaamheden verminderd van €3.058 naar €2.621, wat leidt tot een verlaging van het belastbaar inkomen uit werk en woning tot €43.056. De belastingrente wordt dienovereenkomstig verminderd. Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en belanghebbende krijgt vergoeding van het griffierecht toegekend.
De rechtbank benadrukt dat de aanslag pas uitgevoerd hoeft te worden nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2018 wordt verminderd wegens te hoge toerekening van loon voor werkzaamheden in Nederland.