ECLI:NL:RBZWB:2025:2013
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake VOG vanwege ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft sinds juli 2024 geprobeerd een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te verkrijgen, noodzakelijk voor het behoud van zijn dienstverband. Zijn werkgever verzoekt herhaaldelijk om een VOG, maar er zijn geen concrete consequenties gesteld bij het uitblijven daarvan.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:81 Awb Pro alleen bevoegdheid tot het treffen van een voorlopige voorziening indien onverwijlde spoed dit vereist. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij op korte termijn zijn baan verliest of dat hij financieel in de problemen komt door het ontbreken van de VOG.
De overgelegde e-mail van de werkgever uit november 2024 bevat geen sancties bij het niet overleggen van de VOG, en de verstreken tijd sinds die datum zonder ontslag wijst erop dat er geen spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker de beroepsprocedure kan afwachten en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.