ECLI:NL:RBZWB:2025:2026
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen per 25 september 2022, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2025 behandeld en beoordeelt of de beperkingen van eiser juist zijn vastgesteld.
De medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van het UWV is zorgvuldig verricht, inclusief lichamelijk en psychisch onderzoek, dossieronderzoek en betrokkenheid van andere medische specialisten. De arts constateerde lichte tot matige psychische klachten en fysieke beperkingen, maar geen volledige arbeidsongeschiktheid. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) weerspiegelt deze beperkingen adequaat.
Eiser betoogde dat zijn beperkingen ernstiger zijn, maar de rechtbank acht het medisch oordeel van de verzekeringsarts b&b betrouwbaar en voldoende onderbouwd. Ook de arbeidsdeskundige b&b heeft passende functies geselecteerd voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid, welke de rechtbank als geschikt beoordeelt.
Op basis van de berekende verdiencapaciteit is eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt, waardoor hij geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser komt niet in aanmerking voor vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.