Huurder huurt een woning van Casade, maar verhuurder heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat huurder niet zijn hoofdverblijf in de woning heeft en deze in gebruik heeft gegeven aan derden. Huurder mocht stukken indienen ter onderbouwing van zijn stelling dat hij wel zijn hoofdverblijf in de woning heeft en daar samenwoont met zijn zoon. Hij overlegt zeven getuigenverklaringen, maar deze zijn onvoldoende om zijn hoofdverblijf aan te tonen. De verklaringen betreffen vooral het verblijf van zijn zoon en zeggen niets over het hoofdverblijf van huurder zelf.
De kantonrechter oordeelt dat huurder tekortschiet in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, wat een tekortkoming oplevert die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. De belangen van de zoon, die in het weekend bij huurder verblijft maar door de week elders woont, wegen niet op tegen het belang van verhuurder voor een rechtvaardige verdeling van sociale huurwoningen. Huurder wordt veroordeeld de woning binnen twee weken te verlaten.
Daarnaast moet huurder de huurachterstand van €1.791,49 betalen, evenals buitengerechtelijke incassokosten van €166,13 en een gebruiksvergoeding van €876,15 per maand vanaf 1 oktober 2024 tot ontruiming. Ook worden de proceskosten van €879,38 aan huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.