De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 april 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die samen met medeverdachten werd verdacht van de productie van methamfetamine in een drugslaboratorium te [plaats]. Op 4 februari 2021 werd het laboratorium ontdekt, waar grote hoeveelheden chemicaliën en apparatuur aanwezig waren. Verdachte werd aangetroffen in de slaapruimte bij het laboratorium, en zijn DNA werd gevonden op beschermingsmiddelen.
De verdediging stelde dat verdachte niets van de productie wist en slechts mee was voor een schoonmaakklus, maar de rechtbank achtte deze verklaring ongeloofwaardig. De rechtbank concludeerde dat verdachte en de medeverdachten gezamenlijk en bewust hebben deelgenomen aan de productie van methamfetamine, waarmee sprake is van medeplegen.
De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte in de periode van 1 tot en met 4 februari 2021 methamfetamine heeft bereid en/of bewerkt. De strafbaarheid van het feit werd erkend zonder strafuitsluitingsgronden. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van het feit, de verslavende en schadelijke aard van methamfetamine, het lange tijdsverloop sinds het feit, het voorarrest van meer dan vijf maanden, en de kwetsbare positie van verdachte tijdens de coronacrisis.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 300 dagen, waarvan 137 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, zodat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Het voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf. Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd.