De moeder verzocht de kinderrechter om de zorg- en contactregeling met haar zoon, die sinds augustus 2024 niet meer plaatsvindt, te hervatten. De kinderen zijn onder toezicht gesteld en wonen gescheiden; de ene bij de moeder, de andere bij de vader. De moeder maakt zich zorgen over het welzijn van haar zoon vanwege hoog schoolverzuim en fysieke klachten.
Tijdens de mondelinge behandeling werd duidelijk dat de zoon geen contact wil vanwege gevoelens van onbegrip en schuldtoewijzing door de moeder. De gecertificeerde instelling en de vader ondersteunen dit standpunt en wijzen op het belang van het respecteren van de wensen van het kind. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert afwijzing van het verzoek om verdere afstand te voorkomen.
De kinderrechter overweegt dat hoewel contact tussen ouder en kind in beginsel wenselijk is, de huidige weerstand en negatieve gevolgen voor het kind zwaarwegend zijn. De ondertoezichtstelling is verlengd en het kind volgt therapie. De kinderrechter wijst het verzoek af en benadrukt dat het contact belangrijk blijft, maar dat een stap terug noodzakelijk is om vooruitgang te boeken.