Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet dragen van een autogordel op de President Rooseveltlaan te Vlissingen op 30 september 2022. Hij stelde beroep in bij de officier van justitie, die het ongegrond verklaarde, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat betrokkene onvoldoende feiten heeft aangevoerd om daaraan te twijfelen. Wel is vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing.
Daarnaast is de redelijke termijn overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete. Daarom wordt de boete gematigd met 25% vanwege de termijnoverschrijding en nogmaals met 25% wegens de schending van de hoorplicht. De boete wordt vastgesteld op € 84,37 plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 84,37 plus administratiekosten vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn.