Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A58 te ’s-Heer Arendskerke op 26 januari 2023. Betrokkene betwistte de gedraging en voerde aan dat het vasthouden van het apparaat niet had plaatsgevonden en dat de staandehouding onvoldoende was onderbouwd.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormde dat de gedraging had plaatsgevonden. Het argument dat een rechtshandige persoon de telefoon niet met de linkerhand zou vasthouden werd niet overtuigend geacht. Het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden is verboden en brengt risico’s met zich mee.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met zes dagen was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck op 21 februari 2025 en is openbaar. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete met 25% gematigd en proceskosten vergoed.