Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het geven van signalen op een andere wijze dan toegestaan op de Bloemenlaan te Vlissingen op 6 december 2022. Betrokkene stelde dat de gedraging niet was verricht en voerde aan dat de verklaring van de verbalisant summier was en dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. Tevens werd een proceskostenvergoeding en matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn verzocht.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende was om de gedraging vast te stellen en dat de boete terecht was opgelegd. Echter, vanwege de persoonlijke veiligheid van de verbalisant was er geen reële mogelijkheid tot staandehouding, waardoor de boete aan de kentekenhouder mocht worden opgelegd.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak met ruim twee maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde zekerheidstelling en tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd tot € 112,50 plus administratiekosten.