Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het voeren van een voertuig met een voorziening (bull bar) die het risico op lichamelijk letsel bij een botsing aanzienlijk kan vergroten, zonder het vereiste EU-typegoedkeuringsmerk. Betrokkene voerde aan dat de bull bar voorzien was van een veiligheidscertificaat en dat de stickerverplichting niet voor zijn vrachtwagen zou gelden vanwege het gewicht.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar het beroep bij de kantonrechter leidde tot een gedeeltelijke gegrondverklaring. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat de EU-typegoedkeuring verplicht is voor alle voertuigen, ongeacht het gewicht.
Wel vond de kantonrechter reden om de boete te matigen omdat de overtreding vooral administratief van aard was en niet direct betrekking had op het voorkomen van lichamelijk letsel. De boete werd daarom verlaagd tot €125,- plus administratiekosten. Het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald aan betrokkene.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd tot €125,- plus administratiekosten.