Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het gebruik van een verdrijvingsvlak op de Sloeweg Noord te Ritthem op 29 juli 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat de hoorplicht was geschonden en de redelijke termijn was overschreden.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat er geen reden is om daaraan te twijfelen. Wel is vastgesteld dat de procedure langer dan twee jaar heeft geduurd, waardoor de redelijke termijn is overschreden. Daarnaast is betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om gehoord te worden, wat een schending van de hoorplicht oplevert.
De kantonrechter matigde de boete daarom met 25% vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en nogmaals met 25% vanwege de schending van de hoorplicht. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van het te veel betaalde bedrag en tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 50%, proceskostenvergoeding toegekend.