Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het parkeren van een voertuig op een plek met een parkeerverbod (bord E1) op de Dam te Middelburg op 10 augustus 2022 om 18:43 uur. Betrokkene stelde dat het voertuig in een parkeervak stond en dat het parkeerverbod zich niet uitstrekt tot parkeervakken, waardoor de boete onterecht was.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar kon geen bewijs leveren van de aanwezigheid van bebording die het parkeerverbod bevestigde. De kantonrechter oordeelde dat hierdoor niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de gedraging had plaatsgevonden.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd wegens onvoldoende bewijs van de overtreding.