Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens vermeend onnodig geluid veroorzaken met een motorvoertuig op 22 september 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, die door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting was betrokkene en zijn gemachtigde niet aanwezig. De kern van het geschil betrof de vraag of de gedraging vaststond, mede omdat de verbalisant geen staandehouding had verricht. De verbalisant had afgezien van staandehouding omdat betrokkene met hoge snelheid wegreed en later opnieuw wegreed na een stopteken. Er was onduidelijkheid over de positie van de verbalisant (te voet of op voertuig), waardoor niet kon worden vastgesteld of er een reële mogelijkheid tot staandehouding was.
De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende duidelijk was dat staandehouding niet mogelijk was en daarom de boete ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €1.230,50 toegekend. De bestreden beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en het bedrag van €259,- zekerheidstelling werd aan betrokkene terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.