Eiseres, werkzaam als magazijnmedewerker, vorderde een WIA-uitkering vanaf 13 juni 2022 wegens psychische klachten en fysieke beperkingen aan rug, heup en schouder. Het UWV weigerde deze uitkering op grond van een medische beoordeling die uitwees dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank toetste deze beslissing aan de hand van medische rapporten, waaronder onderzoeken door een UWV-arts en verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b), alsmede aanvullende medische informatie.
De medische onderzoeken concludeerden dat eiseres PTSS en chronische pijnklachten heeft, maar geen volledige arbeidsongeschiktheid. De beperkingen werden vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de geselecteerde functies werden door arbeidsdeskundigen als passend beoordeeld. Eiseres voerde aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat, maar de rechtbank vond het onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de mate van arbeidsongeschiktheid correct was vastgesteld en dat eiseres onvoldoende beperkingen had om recht te hebben op een WIA-uitkering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiseres heeft voldoende gelegenheid gehad haar standpunten en medische informatie in te brengen, maar kon niet aantonen dat de medische beoordeling onjuist was.