Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
dezegoed
erenwisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
ieweg te nemen goed
erenonder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
visie en een JBL partybox en een geldkistje (inhoudende medailles en spelden en horlogeschakels), aan [benadeelde 5] , toebehorende heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en haar mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 en 3 primair ten laste gelegde feiten;
een gevangenisstraf van 150 dagen, waarvan 146 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
een taakstraf van 80 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
40 dagen;
[benadeelde 6] (feit 8)van € 710,63 bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf
[benadeelde 8] (feit 3)niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
mr. L. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. R. Heitzman en D.W. Schalk, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 april 2025.