ECLI:NL:RBZWB:2025:2224
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen ingangsdatum bijzonder tarief motorrijtuigenbelasting kampeerauto
Belanghebbende verzocht om toepassing van het bijzonder tarief voor motorrijtuigenbelasting met terugwerkende kracht vanaf de tenaamstelling van het motorrijtuig op 22 december 2021. De inspecteur kende het tarief toe vanaf 22 juni 2023, de eerste dag van het tijdvak waarin het verzoek werd gedaan. Belanghebbende stelde dat de inspecteur het hoorrecht, het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel had geschonden.
De rechtbank oordeelde dat het hoorrecht correct was toegepast, het hoorverslag voldoende was vastgelegd en dat de inspecteur binnen wettelijke kaders handelde. De motivering van de inspecteur was summier maar toereikend, en het zorgvuldigheidsbeginsel werd niet geschonden. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat een eerder verzoek was gedaan door de dealer.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat belanghebbende niet aannemelijk maakte dat zij een bindende toezegging had ontvangen dat het bijzonder tarief met terugwerkende kracht zou worden toegekend. De rechtbank bevestigde dat het bijzonder tarief op verzoek wordt toegekend vanaf het begin van het tijdvak waarin het verzoek is gedaan, conform het beleid en de wet. Het beroep werd ongegrond verklaard, en belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bijzonder tarief motorrijtuigenbelasting wordt toegekend vanaf het tijdvak van het verzoek op 22 juni 2023.