Stichting Thuiszorg West-Brabant heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op een aanvraag voor herbeoordeling van een voormalig werknemer op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn van acht weken heeft overschreden en dat de eiseres het UWV op 1 november 2023 in gebreke heeft gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen.
Hoewel de standaardtermijn twee weken is, acht de rechtbank in dit geval een langere termijn van vier maanden redelijk vanwege de beperkte capaciteit van verzekeringsartsen en de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan de eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 17 april 2025.