Eiser heeft op 6 maart 2023 een aanvraag tot herbeoordeling op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) ingediend bij het UWV. Het UWV heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van acht weken besloten, waardoor eiser op 10 augustus 2023 het UWV in gebreke heeft gesteld. Na het verstrijken van de ingebrekestelling heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat het UWV niet tijdig heeft beslist. Hoewel het UWV een tekort aan verzekeringsartsen aanvoert en een langere termijn wenst, acht de rechtbank een termijn van vier maanden na verzending van de uitspraak redelijk om een zorgvuldige beslissing te kunnen nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Ook wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 17 april 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.