Stichting Thuiszorg West-Brabant heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op een aanvraag voor herbeoordeling op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) van een voormalig werknemer.
De aanvraag werd ingediend op 24 april 2023, waarna het UWV niet binnen de vereiste acht weken een besluit nam. Na ingebrekestelling op 1 november 2023 verstreken de wettelijke termijnen zonder besluit. De rechtbank constateert de termijnoverschrijding en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van het vonnis alsnog een besluit moet nemen, waarbij rekening is gehouden met de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging en de werkvoorraad door een tekort aan verzekeringsartsen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij verdere overschrijding.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 17 april 2025.