ECLI:NL:RBZWB:2025:2280
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiser was werkzaam in een komkommerkwekerij en viel uit wegens oogletsel, rusteloze benen, rugpijn en psychische klachten. Na een periode van Ziektewet- en WW-uitkeringen meldde hij zich opnieuw ziek, waarna het UWV een Ziektewetuitkering toekende. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde het UWV dat eiser in staat was passende arbeid te verrichten en beëindigde de uitkering per 16 september 2023. Eiser maakte bezwaar, maar het UWV handhaafde het besluit.
De rechtbank beoordeelde of eiser daadwerkelijk minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Dit werd vastgesteld aan de hand van medische rapporten van verzekeringsartsen die beperkingen vaststelden vanwege hernia, restless legs syndroom en slaapproblemen, maar geen urenbeperking op energetische gronden. Eiser voerde aan dat pijnklachten, medicijngebruik en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, maar de rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende onderbouwd.
Vervolgens onderzocht de rechtbank of de functies die het UWV als passend had aangemerkt, geschikt waren voor eiser. De functies productiemedewerker industrie, textielproductenmaker en assemblagemedewerker besturingskasten en panelen voldeden aan de belastbaarheidscriteria, ondanks eisers klachten over buigen, concentratieproblemen en trillingsbelasting. De arbeidsdeskundige had dit adequaat gemotiveerd.
Op basis van de geschatte verdiencapaciteit in deze functies concludeerde het UWV dat eiser slechts 5,74% arbeidsongeschikt is, wat betekent dat hij geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de uitkering per 16 september 2023.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de Ziektewetuitkering van eiser terecht is beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.