Uitspraak
1.Waar gaat deze zaak over?
2.De procedure
3.De feiten
€ 8.120,- (exclusief 2l% BTW).
2.Het geschil
3.De beoordeling
Ieder lid betaalt een contributie, waarvan het bedrag jaarlijks door de algemene vergadering wordt vastgesteld), is de ALV bevoegd tot het jaarlijks vaststellen van de door de leden te betalen contributie. De kantonrechter stelt vast dat in de statuten niet is opgenomen hoe de hoogte van de contributie bepaald moet worden en hoe hoog de contributie maximaal mag of minimaal moet zijn. Er is dus niets specifiek bepaald over hoe de ALV contributie vaststelt of wijzigt. Dit is kennelijk overgelaten aan de vereniging en haar leden. In beginsel is de ALV daar dus vrij in. Uit de in het geding gebrachte notulen van de ALV van [eiser] van 2012 blijkt dat de leden akkoord zijn gegaan met het huidige systeem van het vaststellen van de contributie. Daarnaast blijkt uit de in het geding gebrachte stukken (prod. 13 akte overlegging producties door [eiser]) dat de leden van [eiser] ieder jaar in de ALV akkoord zijn gegaan met de contributie én dat tijdens de ALV van 11 november 2020 het huidige contributiestelsel inclusief zeven contributiecategorieën zijn aangenomen. Dat betekent dat de leden van [eiser] akkoord zijn gegaan met het hanteren van een categorie-indeling op basis van de omzet. Vast staat dat de leden van [eiser] jaarlijks bij brief zijn geïnformeerd over de hoogte van de contributie. Het contributiesysteem houdt in dat voor alle leden een basiscontributiebedrag geldt, waarbij de mogelijkheid bestaat om korting aan te vragen. Hiervoor moet een bedrijf inzage verschaffen in haar omzet. Als blijkt dat sprake is van een lagere omzet wordt een bedrijf naar rato van de lagere omzet in een lagere categorie ingedeeld. Hiervoor geldt een peiljaar zijnde het jaar waarin een bedrijf verzoekt om een korting. De categorie waarin het bedrijf vervolgens wordt ingedeeld geldt dan telkens voor 3 jaar. De kantonrechter merkt verder op dat Telermaat tot 2024 geen bezwaar heeft gemaakt tegen de wijze waarop de contributie werd vastgesteld en ook steeds jaarlijks de verschuldigde contributiebedragen heeft betaald. Ook staat vast dat in de ALV van november 2023 de contributiebedragen voor het contributiejaar 2024 zijn vastgesteld. Gesteld noch gebleken is dat Telermaat hiertegen bezwaar heeft gemaakt.
.Het gevorderde bedrag is conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten maximaal toe te wijzen tarief, zodat dit bedrag in mindering mag worden gebracht op de betaling van € 5.457,10.
€ 5.457,10. Aldus strekt een totaalbedrag van € 1.430,46 in mindering op € 5.457,10. Dit betekent dat Telermaat in hoofdsom het door [eiser] gevorderde bedrag van € 5.798,57, vermeerderd met de handelsrente vanaf 2 oktober 2024 is verschuldigd. De vordering van [eiser] wordt dan ook toegewezen.