Uitspraak
1.De procedure
- de door Nami bij bericht van 25 februari 2025 toegezonden zestal foto’s,
- de mondelinge behandeling van 27 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
26 januari 2024 staat het volgende:
“(…) Naar aanleiding van uw aanvraag, doen wij onze prijzen toekomen voor het boren van een serie van 6 gaten boven elkaar. Het bovenste gat zal onderste boven worden geboord in gasbeton en de andere gaten worden van boven naar beneden geboord in de betonvloeren eronder of zoals na ons plaats bezoek is gebleken van onder naar boven te boren door dat er leidingwerk in de weg zit om onze boormachine te kunnen plaatsvinden.(…)”Het was Nami dan ook bekend dat Betonboringen niet wist waar de leidingen precies liepen terwijl Nami op de hoogte was dat het leidingwerk in de weg stond. Dit was immers reden dat Betonboringen in de door Nami aanvaarde offerte onder meer heeft opgenomen dat van onder naar boven geboord moest worden. Daarnaast heeft Betonboringen tijdens de mondelinge behandeling onbestreden verklaard dat niemand kon zeggen waar de leidingen precies liepen en dat je dat nooit weet, mede omdat wat op een tekening staat vermeld niet betekent dat dit in de praktijk ook daadwerkelijk zo is aangelegd. Gelet hierop kon Betonboringen Nami dan ook niet voor een specifiek risico waarschuwen.
29 februari 2024 te wachten totdat Nami de te boren gaten had afgetekend. Vast staat dat Nami op voormelde datum niet aanwezig was toen de Betonboringen is begonnen met de aan haar opgedragen werkzaamheden. Betonboringen heeft in dit verband onvoldoende weersproken aangevoerd dat een lid van de VVE die aanwezig was bij het locatiebezoek van Betonboringen op 25 januari 2024 aangewezen heeft waar de bewuste gaten geboord moesten worden en dat zij gelet hierop mocht afgaan op de gegeven aanwijzingen. Daar komt bij dat Nami onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat de feitelijke omstandigheden voor Betonboringen aanleiding vormden om Nami te waarschuwen.