ECLI:NL:RBZWB:2025:2291

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
17 april 2025
Zaaknummer
11316183
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Rouwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:401 BWArt. 7:754 BWArt. 6:119a BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling factuur en aansprakelijkheid bij schade aan leidingen door boren in appartementencomplex

Betonboringen Zuid-Nederland B.V. voerde boorwerkzaamheden uit in een appartementencomplex in opdracht van Nami Dakwerken B.V. Tijdens het boren werden kabels en leidingen geraakt, waarna Nami een schadevergoeding vorderde. Betonboringen verwees naar een exoneratieclausule in haar algemene voorwaarden en stelde dat zij niet tekortgeschoten was.

De rechtbank oordeelde dat Betonboringen geen waarschuwingsplicht had, omdat zij niet wist waar de leidingen precies liepen en Nami hiervan op de hoogte was. Betonboringen had de werkzaamheden conform de overeenkomst uitgevoerd en Nami had niet onderbouwd dat Betonboringen verplicht was te wachten op aftekening van de boorgaten.

De vordering van Nami tot schadevergoeding werd afgewezen. Nami werd veroordeeld tot betaling van de factuur van Betonboringen, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente, alsmede de proceskosten. De vorderingen van Betonboringen werden toegewezen, de vorderingen van Nami afgewezen.

Uitkomst: Nami wordt veroordeeld tot betaling van de factuur van Betonboringen, schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11316183 \ CV EXPL 24-3406
Vonnis van 16 april 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidBETONBORINGEN ZUID-NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Etten-Leur,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Betonboringen,
gemachtigde: mr. E.M. van der Borg,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidNAMI DAKWERKEN B.V.,
gevestigd te Breda,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Nami,
gemachtigde: [gemachtigde] van DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 december 2024 met alle daarin vermelde stukken,
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties genummerd 1 t/m 9 van Betonboringen,
- de door Nami bij bericht van 25 februari 2025 toegezonden zestal foto’s,
- de mondelinge behandeling van 27 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
In deze zaak gaat de kantonrechter uit van de navolgende feiten.
a. Betonboringen is een bedrijf dat diensten aanbiedt op het gebied van boren en
zagen in beton, steen en asfalt. Betonboringen voert op locatie opdrachten voor haar klanten uit.
b. Nami is een bedrijf dat zich bezighoudt met dakbedekking, dakrenovatie en dakonderhoud.
c. Nami heeft Betonboringen in januari 2024 verzocht om ten behoeve van de aanleg van zonnepanelen in een appartementencomplex meerdere gaten te komen boren. Op 18 januari 2024 stuurt Betonboringen Nami hiervoor een offerte.
d. Na het toesturen van deze offerte hoort Betonboringen van Nami dat de gaten moeten worden geboord in meterkasten en schachten. Naar aanleiding daarvan besluit Betonboringen de werkplek te bezoeken om een goed beeld te krijgen van de te verrichten werkzaamheden en om te kijken of er voldoende ruimte is in de meterkast(en) om hun boormachine te plaatsen.
e. Op 25 januari 2024 bezoekt de heer [naam 1] van Betonboringen het
appartementencomplex waar de werkzaamheden moeten gaan plaatsvinden. De heer [naam 2] van Nami is hierbij aanwezig en ook twee leden van de Vereniging van Eigenaren.
f. De bedoeling was dat vanaf boven op het dak een kabel ten behoeve van de installatie van zonnepanelen naar beneden moest worden getrokken. De gaten die Betonboringen moest gaan boren, bevonden zich vanaf het dak per verdiepingsvloer naar beneden. Met betrekking tot het boren op de verdiepingsvloeren moest in de meterkasten worden geboord.
g. Op 26 januari 2024 stuurt betonboringen een aangepaste offerte aan Nami waarin staat vermeld welke veranderingen er ten opzichte van de oorspronkelijke offerte zijn doorgevoerd.
h. In de offerte worden ook de algemene voorwaarden van Betonboringen van toepassing verklaard waarbij staat vermeld dat deze digitaal of per post zullen worden meegezonden. In de algemene voorwaarden van Betonboringen staat in artikel 14.3 een exoneratie inhoudende dat Betonboringen niet aansprakelijk is voor schade toegebracht aan aan (ondergrondse) kabels, buizen of leidingen, duikers, rioleringen e.d., tenzij de opdrachtgever hem door middel van tekeningen voldoende heeft geïnformeerd over de ligging en die ligging overeenkomt met de verstrekte informatie.
i. Bij e-mailbericht van 3 februari 2024 meldt Nami aan Betonboringen dat zij akkoord is met de offerte van Betonboringen. In de periode daarna vindt
tussen Nami en Betonboringen nog overleg plaats over de details van de opdracht en
de datum waarop de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Betonboringen en Nami spreken af dat de werkzaamheden op 29 februari 2024 zullen
plaatsvinden.
j. Op 29 februari 2024 boort Betonboringen de afgesproken gaten. Nami was niet aanwezig op de locatie maar wel een lid van de VVE. Bij het laatste te boren gat in de meterkast van de begane grond naar de kelder raakt Betonboringen een coaxkabel en een waterleiding. Na overleg met Nami worden de werkzaamheden stilgelegd. De heer [naam 2] begeeft zich vervolgens naar de werklocatie. Nami schakelt een derde partij in om de waterleiding te repareren. Later die dag neemt Nami contact op met Betonboringen met het verzoek om terug te komen om de desbetreffende geraakte waterleiding vrij te hakken van het omliggende beton. De reparateur van de leiding heeft volgens Nami namelijk (meer) ruimte nodig om de reparatiewerkzaamheden uit te kunnen voeren. De installateur van de waterleiding wijst aan waar moet worden gehakt. Tijdens het vrijmaken van de leiding uit het beton raakt Betonboringen een gasleiding en stroomkabel.
k. Betonboringen stuurt Nami een factuur d.d. 29 februari 2024 voor de door verrichte haar werkzaamheden. In deze factuur staat een betalingstermijn van dertig dagen vermeld.
l. Op 5 maart 2024 ontvangt Betonboringen een aansprakelijkstelling van Nami
voor de ontstane schade als gevolg van de door Betonboringen geraakte leidingen en kabels. Betonboringen wijst aansprakelijkheid van de hand waarbij zij onder meer verwijst naar de exoneratie zoals vermeld in haar algemene voorwaarden. Daarbij deelt Betonboringen aan Nami mee dat de aansprakelijkheid geen grondslag voor Nami vormt om de factuur van Betonboringen niet te betalen. Ondanks meerdere herinneringen betaalt Nami de factuur van Betonboringen niet. Betonboringen vergoedt evenmin het door Nami verzochte schadebedrag.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
Betonboringen vordert - samengevat - Nami te veroordelen om aan Betonboringen te betalen een bedrag van € 1.365,20 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 1.133,78 vanaf 5 september 2024 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van gedaagde in de kosten van het geding.
3.2.
Nami vindt dat de vordering van Betonboringen moet worden afgewezen en verzoekt om Betonboringen te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
Nami vordert - samengevat - Betonboringen te veroordelen om aan Nami te betalen een bedrag van € 4.617,13 vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de datum van de dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Betonboringen in de proceskosten.
3.5.
Betonboringen vindt dat de vorderingen van Nami moeten worden afgewezen. Betonboringen verzoekt om Nami te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en reconventie
4.1.
Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, worden ze hierna gezamenlijk behandeld.
4.2.
De afspraken tussen Betonboringen en Nami betreffen een overeenkomst tot aanneming van werk. In conventie ligt de vraag voor of Nami de factuur van Betonboringen moet betalen. Daarbij dient beoordeeld te worden of Betonboringen tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen op grond van de aannemingsovereenkomst. Die vraag hangt samen met de vordering in reconventie waarbij het de vraag is of Betonboringen de door Nami gestelde schade als gevolg van het raken van de coaxkabel, water- en gasleiding en de stoomkabel moet vergoeden. De kantonrechter oordeelt als volgt.
4.3.
Voormelde vragen moeten worden beoordeeld aan de hand van wat partijen in de aannemingsovereenkomst zijn overeengekomen. Daarbij strekt tot uitgangspunt dat uit artikel 7:401 BW Pro volgt dat Betonboringen gehouden is zich tegenover Nami als een goed opdrachtnemer te gedragen en dus dient te handelen als een redelijk bekwaam en redelijk handelend aannemer. Daarnaast bepaalt artikel 7:754 BW Pro dat Betonboringen als aannemer verplicht was te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht voor zover hij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen.
4.4.
Betonboringen vordert betaling van het openstaande bedrag omdat zij het overeengekomen werk heeft uitgevoerd. Nami is het daar niet mee eens. Volgens Nami is Betonboringen haar verplichtingen uit de overeenkomst niet deugdelijk nagekomen omdat zij is gaan boren terwijl Nami de gaten waar geboord moest worden niet had afgetekend. Volgens Nami had Betonboringen daarom niet aan de boorwerkzaamheden mogen beginnen. Omdat Betonboringen dat wel heeft gedaan, vindt Nami dat Betonboringen willens en wetens het risico heeft genomen dat zij op verkeerde plekken zou gaan boren en schade zou veroorzaken. Volgens Nami had Betonboringen haar dan ook moeten waarschuwen dat er leidingen liepen op de plekken waar zij boorde.
4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat – los van de vraag of het beroep van Betonboringen op de exoneratie zoals vermeld in haar algemene voorwaarden slaagt - een tekortkoming van Betonboringen in de nakoming van de overeenkomst met Nami niet kan worden vastgesteld. Op grond van het volgende komt de kantonrechter tot het oordeel dat in dit geval voor Betonboringen geen waarschuwingsplicht gold. Vast staat dat Betonboringen geen expert is in leidingenwerk en heeft zich ook niet als zodanig gepresenteerd. Vast staat ook dat Betonboringen na het uitbrengen van de eerste offerte op 25 januari 2024 op de bewuste locatie is gaan kijken waarbij Nami en twee leden van de VVE aanwezig waren. Naar aanleiding hiervan heeft Betonboringen een aangepaste offerte opgesteld waarmee Nami akkoord is gegaan. In de door Nami aanvaarde offerte van Betonboringen van
26 januari 2024 staat het volgende:
“(…) Naar aanleiding van uw aanvraag, doen wij onze prijzen toekomen voor het boren van een serie van 6 gaten boven elkaar. Het bovenste gat zal onderste boven worden geboord in gasbeton en de andere gaten worden van boven naar beneden geboord in de betonvloeren eronder of zoals na ons plaats bezoek is gebleken van onder naar boven te boren door dat er leidingwerk in de weg zit om onze boormachine te kunnen plaatsvinden.(…)”Het was Nami dan ook bekend dat Betonboringen niet wist waar de leidingen precies liepen terwijl Nami op de hoogte was dat het leidingwerk in de weg stond. Dit was immers reden dat Betonboringen in de door Nami aanvaarde offerte onder meer heeft opgenomen dat van onder naar boven geboord moest worden. Daarnaast heeft Betonboringen tijdens de mondelinge behandeling onbestreden verklaard dat niemand kon zeggen waar de leidingen precies liepen en dat je dat nooit weet, mede omdat wat op een tekening staat vermeld niet betekent dat dit in de praktijk ook daadwerkelijk zo is aangelegd. Gelet hierop kon Betonboringen Nami dan ook niet voor een specifiek risico waarschuwen.
4.6.
Vast staat dat partijen zijn overeengekomen dat Betonboringen op 29 februari 2024 de overeengekomen boorwerkzaamheden zou uitvoeren, wat ook is gebeurd. De kantonrechter stelt vast dat partijen in de overeenkomst niets hebben afgesproken over de aanwezigheid van Nami op de dag dat Betonboringen de gaten zou gaan boren. Niet valt in te zien dat Betonboringen niet aan het werk had mogen beginnen omdat Nami hierbij niet aanwezig was. Nami heeft tegenover de betwisting door Betonboringen immers niet onderbouwd dat laatstgenoemde op grond van de overeenkomst verplicht was om op
29 februari 2024 te wachten totdat Nami de te boren gaten had afgetekend. Vast staat dat Nami op voormelde datum niet aanwezig was toen de Betonboringen is begonnen met de aan haar opgedragen werkzaamheden. Betonboringen heeft in dit verband onvoldoende weersproken aangevoerd dat een lid van de VVE die aanwezig was bij het locatiebezoek van Betonboringen op 25 januari 2024 aangewezen heeft waar de bewuste gaten geboord moesten worden en dat zij gelet hierop mocht afgaan op de gegeven aanwijzingen. Daar komt bij dat Nami onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat de feitelijke omstandigheden voor Betonboringen aanleiding vormden om Nami te waarschuwen.
4.7.
Uit het voorgaande volgt dat niet is komen vast te staan dat Betonboringen jegens Nami toerekenbaar tekort is geschoten zodat de schade die voortvloeit uit het raken van de leidingen en kabels niet op Betonboringen kan worden afgewenteld. Betonboringen is dan ook geen schadevergoeding aan Nami verschuldigd, zodat de vordering van Nami in reconventie wordt afgewezen.
4.8.
Omdat vast staat dat Betonboringen wel de overeengekomen gaten heeft geboord, betekent dit dat Nami haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst wel moet nakomen. Nami zal dan ook het factuurbedrag van € 1.133,78 aan Betonboringen moeten betalen.
4.9.
Betonboringen vordert in conventie betaling van een totaalbedrag van € 1.365,20, zijnde voormeld bedrag van € 1.133,78 vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ad € 170,04 én € 61,35 aan wettelijke handelsrente. Met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten merkt de kantonrechter op dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Betonboringen heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Betonboringen heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom is voormeld bedrag van € 170,04 toewijsbaar.
4.10.
Ook de door Betonboringen berekende handelsrente is toewijsbaar. Vast staat dat Nami met betaling van de factuur van Betonboringen in verzuim is komen te verkeren. De door Betonboringen berekende wettelijke handelsrente van € 61,35 over het factuurbedrag is dan ook als onweersproken gevorderd toewijsbaar. Daarnaast is de wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 1.133,78 met ingang van 5 september 2024 toewijsbaar. Dit betekent dat in conventie het door Betonboringen gevorderde totaalbedrag van € 1.365,20 vermeerderd met de wettelijke handelsrente met ingang van 5 september 2024 wordt toegewezen.
4.11.
Nami is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Betonboringen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
115,77
- griffierecht
328,00
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
953,77
4.12.
Nami is in reconventie ook in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Betonboringen wordt begroot op € 271,00. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de verzochte uitvoerbaarheid bij voorraad wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.13.
De (proceskosten)veroordelingen worden als onweersproken gevorderd/verzocht uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
5.1.
veroordeelt Nami om aan Betonboringen te betalen een bedrag van € 1.365,20, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 1.133,78, met ingang van 5 september 2024, tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt Nami in de proceskosten van € 953,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Nami niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
in reconventie
5.4.
wijst de vorderingen van Nami af;
5.5.
veroordeelt Nami in de proceskosten van € 271,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Nami niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.6.
veroordeelt Nami tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.7.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in conventie en in reconventie
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.