ECLI:NL:RBZWB:2025:2315
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaar WOZ-waarde en wijst zaak terug
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van meerdere onroerende zaken per 1 januari 2019, waarop de heffingsambtenaar de bezwaren niet-ontvankelijk verklaarde wegens vermeende termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslagen tijdig zijn verzonden, mede omdat geen verzendadministratie is overgelegd en automatische incasso geen bewijs van ontvangst is. Hierdoor zijn de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar en draagt de heffingsambtenaar op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat en de heffingsambtenaar gezamenlijk aansprakelijk worden gesteld.
Daarnaast wordt het griffierecht en proceskostenvergoeding aan belanghebbende toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter Steijn op 17 april 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en wijst de zaak terug met toekenning van immateriële schadevergoeding en proceskosten.