Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De feiten
- zij zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum 1] 2019 tot [datum 2] 2021 in wettelijke beperkte gemeenschap van goederen;
- tot het privévermogen van de vrouw behoorde 999/1000e deel van een woning aan [adres] te [plaats] (hierna: de woning);
- 1/1000e deel van voornoemde woning maakte deel uit van de beperkte huwelijksgemeenschap van partijen;
- partijen zijn tijdens het huwelijk een geldleningsovereenkomst aangegaan bij Reaal Levensverzekeringen (hierna te noemen: Reaal) voor een bedrag van € 60.000,=. Zij hebben zich als hoofdelijk schuldenaren jegens Reaal verbonden. Als onderpand voor die geldlening is ten gunste van Reaal een recht van hypotheek gevestigd op de woning;
- bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 1 april 2021 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat de inhoud van het aan die beschikking gehechte convenant en ouderschapsplan deel uitmaakt van die beschikking;
- Onder ‘