ECLI:NL:RBZWB:2025:2350
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen DNA-afname wegens disproportionaliteit en gering recidivegevaar
De veroordeelde, destijds minderjarig en veroordeeld voor medeplegen van seksueel binnendringen bij een kind en gerelateerde feiten, maakte bezwaar tegen de afname en verwerking van haar DNA-profiel. Zij stelde dat de DNA-opname gezien haar leeftijd, kwetsbaarheid en het geringe recidivegevaar niet van betekenis zou zijn voor opsporing en berechting en disproportioneel zou zijn.
De rechtbank behandelde het bezwaar in besloten raadkamer, waarbij de advocaat van de veroordeelde en de officier van justitie werden gehoord. De officier van justitie stelde dat bij zedenzaken DNA-afname gebruikelijk is en geen weigeringsgrond aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde ten tijde van het feit 15 jaar was, geen initiatiefneemster was en dat het recidivegevaar laag tot zeer laag is. Gezien de omstandigheden en het tijdsverloop sinds het feit, achtte de rechtbank de DNA-afname disproportioneel en niet gerechtvaardigd.
Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard en werd bevolen het afgenomen celmateriaal te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de DNA-afname is gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal moet worden vernietigd.