Verzoekster heeft op 17 december 2021 een aanvraag gedaan voor een vervoersvoorziening op grond van de Wmo, welke door het college van burgemeester en wethouders van Breda is afgewezen. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank in mei 2024 geoordeeld dat het onderzoek van het college onvoldoende was, waarna een nieuw onderzoek plaatsvond. Het college handhaafde het besluit, waarna verzoekster opnieuw beroep instelde en een voorlopige voorziening vroeg voor taxivervoer.
In augustus 2024 werd een voorlopige voorziening getroffen voor taxivervoer naar therapie en sociale activiteiten, maar niet voor vervoer naar een KNO-arts vanwege onvoldoende duidelijkheid over de behandeling. In maart 2025 diende verzoekster een herhaald verzoek in met nieuwe informatie over de KNO-behandeling en taxikosten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er weliswaar sprake is van nieuwe feiten, maar dat het spoedeisend belang ontbreekt. Verzoekster heeft niet concreet gereageerd op vragen over het gebruik en betaling van taxiritten en heeft daarmee onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de uitkomst van de beroepsprocedure niet kan afwachten. Het verzoek wordt daarom afgewezen.