De vrouw verzoekt de rechtbank om het ouderschap van haar overleden biologische vader gerechtelijk vast te stellen, aangezien hij haar bij leven niet heeft erkend. De moeder en vrouw betuigen geen twijfel over het vaderschap, ondersteund door verklaringen van familieleden, foto's en brieven waarin de vader zichzelf 'papa' noemt. De rechtbank stelt vast dat de vrouw en moeder de Nederlandse nationaliteit hebben, terwijl de vader de Marokkaanse nationaliteit bezit en in België is overleden, waardoor internationale aspecten spelen.
De rechtbank bevestigt haar internationale bevoegdheid en past Nederlands recht toe. Gezien het ontbreken van twijfel over het vaderschap en het voldoen aan wettelijke vereisten, wijst de rechtbank het verzoek tot gerechtelijke vaststelling ouderschap toe. Het verzoek tot naamswijziging wordt ingetrokken en daarom afgewezen. De beschikking wordt aan de ambtenaar van de burgerlijke stand toegezonden voor aantekening in de geboorteakte.
De uitspraak is gedaan door rechter Sumner op 16 april 2025, waarbij hoger beroep binnen drie maanden mogelijk is.