ECLI:NL:RBZWB:2025:2407
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet 2020
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020 en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) 2020, inclusief de bijbehorende belastingrente.
Belanghebbende erkende ter zitting dat de aanslagen en de belastingrente correct zijn vastgesteld, waardoor deze niet meer ter discussie stonden. Het geschil concentreerde zich op de vermeende schending van het zorgvuldigheidsbeginsel tijdens de bezwaarfase, met name over de locatie van het hoorgesprek en het ontbreken van bepaalde dossiers bij de inspecteur.
De rechtbank oordeelde dat het hoorrecht niet was geschonden omdat belanghebbende in de gelegenheid was gesteld om gehoord te worden, zowel telefonisch als fysiek. De keuze om naar het kantoor van de Belastingdienst te reizen was vrijwillig. De inspecteur hoefde geen dossiers van derden op te vragen omdat deze niet relevant waren voor de aanslagen. Verzoeken om een dwangsom, schadevergoeding en proceskostenvergoeding werden afgewezen omdat de beroepen ongegrond waren.
De aanslagen en beschikkingen belastingrente blijven onverminderd van kracht. Belanghebbende werd gewezen op de mogelijkheid om bij betalingsproblemen contact op te nemen met de ontvanger voor een betalingsregeling. De uitspraak werd gedaan door rechter A.H.W. Steijn op 23 april 2025.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen IB/PVV 2020 en Zvw 2020 worden ongegrond verklaard en verzoeken om dwangsom, schadevergoeding en proceskostenvergoeding worden afgewezen.